Zullen we wel, zullen we niet; het is maar een dikke week. Wat een moeite allemaal. Laat maar. Zo ging het ongeveer bij ons thuis in de schoolvakantieperiode. We hadden niet veel vrije dagen om lekker lang weg te gaan. Maar halverwege augustus zijn wij, Cor, Miranda, Stevin en Rick toch nog uit varen gegaan.
De bedoeling was om in een weekje het riviertje de Sieg in Duitsland af te zakken. Niet te ver weg, ongeveer 400 km. vanaf huis en toch al in de “bergen”.
We zouden starten in Siegen, maar al gauw bleek dat het riviertje door de vele regen die was gevallen in een woeste WW2-3 rivier was veranderd. Na enkele keren gekeken te hebben op verschillende punten van de route, hebben we helaas de conclusie moeten trekken dat onze polyester zeekano’s daar niet (en wij waarschijnlijk ook niet) tegen bestand zouden zijn. Er lagen op verschillende plekken nog flinke partijen keien. Ook nu het water best wel hoog stond. Er waren eigenlijk geen plekken waar je goed kon overdragen.
Stevig teleurgesteld hebben we toen maar de kaarten tevoorschijn gehaald van het riviertje de Lahn. Gelukkig hadden we de kaarten bij ons als alternatief. Miranda had niet zoveel zin om de Lahn te varen, want zij had van andere vaarders vernomen dat de Lahn eigenlijk helemaal niet stroomt. Toch maar op weg naar het beginpunt Dutenhofen. (km paal 0) Flink gaar van het extra autorijden hebben we (natuurlijk in de regen) ons tentje opgezet.
De volgende ochtend keken we bij de rivier hoe het er voor stond. De Lahn bleek al flink buiten de oevers getreden. Het stroomde er enorm. Zo erg zelfs dat we ons afvroegen of we wel zouden kunnen varen. Takken, boomstammen en nog meer troep vloog ons in sneltempo voorbij. Het varen zou niet zo’n probleem zijn, maar wel het uitstappen. De bomen aan de kant van de oevers stonden tot hun kruinen in het water. Bij een misrekening belandde je absoluut in de bomen…..
We troffen een wandelaar waaraan we vroegen of de Lahn nu wel bevaarbaar was. Hij vertelde dat het goed te doen was als je een beetje kon kanovaren. Hij had het wel vaker gedaan. Wel was het uniek dat de Lahn nu zo vreselijk hoog stond. Op dit moment vier meter boven het normale niveau. Enigszins gerustgesteld hebben we besloten om het toch maar te proberen.
De kano’s, volgepropt voor de trektocht, konden we gewoon in het hoge gras neerleggen. Daar stond tenslotte 30 centimeter water. Vervelend waren wel de duizenden rode mieren, die als ratten op een zinkend schip bovenin op de toppen van het gras zaten. Op het moment dat we instapten, stapten er heel veel ongewenste gasten mee aan boord. Dankbaar waren ze niet voor de redding. Ze beten gemeen in onze benen. Maar ja, we hadden de handen vol aan de kano’s op het snel stromende water, dus pas heel veel later waren de gasten verwijderd.
Cor had de GPS mee en op verschillende plekken hadden we zonder echt te peddelen (eigenlijk alleen maar de kano rechthouden) een snelheid van 18 km. per uur.
GEWELDIG !!! Wat een belevenis. Gelukkig was er bij elke stuw wel een sluisje, zodat we veilig konden schutten en soms overdragen. Wel kregen we af en toe te horen dat we niet verder mochten varen. De Lahn zou “gesperrd” zijn. De waterstand was te hoog en het werd te gevaarlijk. Maar eigenlijk ging het erg goed. We zijn dus ook maar doorgevaren. Niemand heeft ons echt tegengehouden.
Door de hoge waterstand konden we prachtig over de velden uitkijken. We hebben over ondergelopen graanvelden, fietspaden en ik weet niet wat meer gevaren.
Op elke boomstam zaten veel naaktslakken. Allemaal op de vlucht voor het stijgende water. Op een bepaald moment stond het water wel erg hoog. De sluizen werden niet meer bediend. Dat hoefde ook niet meer; we konden gewoon over de sluisdeuren heen varen.
Vanaf dat moment begon het iets minder prettig te voelen. Je zag eigenlijk niet echt meer wat nog rivier was en wat niet.
Campings waren ondergelopen, caravans en tenten stonden een halve meter onder water. De camping die wij uitgezocht hadden voor de overnachting was ook verdwenen. Doorvaren dan maar.
Ondertussen werd het al een beetje schemerig en we hadden nog steeds niet een camping gevonden die nog wel boven water stond. Bij het dorpje Leun zou een soort jeugdcamping zijn. Toen we daar aankwamen stond alleen het toiletgebouw nog boven water. Niemand meer te bekennen. We hebben besloten om daar toch maar te stoppen en te kijken of we daar konden overnachten.
Er was plek voor een paar kleine tentjes en na overleg met de dorpsbewoners, waarvan we heel vriendelijk de sleutel van het toilet kregen, mochten we daar blijven staan tot het water weer genoeg gezakt was en we weer verder konden varen.
De veertig kinderen die daar hun vakantiekamp hadden waren geëvacueerd naar de plaatselijke kerk. Nu hadden we een onbewoond eilandje helemaal voor ons alleen.
Drie nachten hebben we daar gestaan. Stevin en Rick hebben rond gevaren over het campingterrein en door de tuinen van de dorpbewoners. ’s Avonds hebben we heerlijk in het plaatselijke restaurant gegeten. Wel met natte voeten, want we konden niet droog oversteken.
De hele dag door hoorde je “plons…..plons…..plons…..” Dat bleken rijpe appels te zijn die nu niet op de grond maar in het water vielen. En ’s nachts ging dat ook zo door.
Het bleek dat het in dertig jaar niet was voorgekomen dat de Lahn in de zomertijd zo hoog had gestaan. Veel dierlijk leed is hierdoor ontstaan. De muizen zaten in de bomen te wachten tot het water weer weg zou gaan. Helaas duurde dat te lang, zodat ze allemaal uit de bomen zijn gevallen en waarschijnlijk verdronken.
Op ons onbewoonde eiland zaten veel schipbreukelingen. Allemaal krekels, sprinkhanen, mieren en natuurlijk muizen. Stevin had er een onder zijn tentgrondzeil. Waarschijnlijk heeft die het ook niet overleefd……
Wij hebben een muis betrapt op de dektas in de tent en op de foto gezet.
Toen de rivier weer binnen de oevers stroomde zijn we verder gegaan. Maar verderop in een sluisje kregen we weer te horen dat de Lahn nog steeds niet bevaren mocht worden. We hebben toen de sluiswachter moeten beloven dat we zouden stoppen bij de eerste camping die we tegenkwamen. Hij vertelde ons dat er iemand met een kano van een stuw af was gestroomd. De kano was gevonden maar de vaarder nog niet. Er vloog een paar keer een helikopter over die de rivier volgde, op zoek naar de vermiste kanovaarder. Wel een naar idee, dat je ergens onderweg een drenkeling tegen zou kunnen komen.
In Graveneck zijn we uitgestapt en twee nachten gebleven. De campingbeheerder heeft voor ons geïnformeerd bij de Pegeldienst of we weer verder mochten.
Dat de rivier weer vrij was gegeven was duidelijk te merken. Al die tijd waren we helemaal alleen op de rivier geweest, maar nu waren het allemaal huur-canadezen.
Rechtuit varen viel voor hun niet mee. Onderweg kwamen we nog een canadees tegen met beschonken bemanning, die “1 2 3 in godsnaam” overboord vielen.
We hebben onze hulp aangeboden, maar ze hadden “viel spass” en ze schonken elkaar, drijvend in het zwemvest nog een neutje in. Peddels dreven overal. “Kein problem”. Later kwam het besef dat ze ook dingen verloren waren die ze liever hadden gehouden; “scheisse, meine schuhe, scheisse, meine handy, (mobieltje) enz.
Ze wilden onze hulp niet hebben, zodat we nadat we op de kaart gecontroleerd hadden dat ze nog een kilometer of 7 te gaan hadden voordat ze over een stuw zouden roffelen, we ze maar hebben laten drijven. Logisch dat ze de Lahn sperren met zulke matrozen.
De rest van de tocht gaf verder geen problemen. We hebben heerlijk weer gehad. We hebben ongeveer 110 km gevaren, nou ja, gedreven eigenlijk. Voortijds hadden we de auto naar het verwachte eindpunt Obernhof gebracht.
Bijzondere dingen die we tegenkwamen waren nog een grote oranje slak in de bergen, een zwevende ooievaar, muizen in de bomen, heel veel slakken op boomstammen, een enorme tipi-tent, zo groot dat de partytent die ernaast stond in het niet viel, een camping waar je met je tent onder het treinspoor staat, een kinderfietsje wat is blijven hangen in de kruin van een boom, prachtige treinstationnetjes, het prachtige middeleeuwse stadje Limburg, kamperen op een prive-eilandje en nog meer, te veel om op te noemen.
Kortom, dat weekje hadden we niet willen missen.
Miranda